Fiertelommegang van Sint-Hermes

Zondag 27 mei 2018

Fiertel voor UNESCO

De Conventie voor het Werelderfgoed of ‘World Heritage Convention’ van UNESCO bestaat sinds 1972 en is bedoeld om cultureel en natuurlijk erfgoed dat van unieke en universele waarde is voor de mensheid, beter te kunnen bewaren voor toekomstige generaties. Het betreft onroerend erfgoed. Het verdrag is het meest bekende van UNESCO en is inmiddels door 192 lidstaten ondertekend. De landen die het verdrag hebben geratificeerd, hebben met elkaar afgesproken dat zij zich zullen inzetten voor identificatie, bescherming, behoud, het toegankelijk maken en het overdragen aan komende generaties van cultureel erfgoed binnen hun landgrenzen. Zowel cultureel als natuurlijk erfgoed, als erfgoed dat daarvan een gecombineerde vorm is, kan voor de Werelderfgoedlijst worden voorgedragen.

Bovenstaande overeenkomst wordt dikwijls, maar volledig onterecht, verward met de Conventie voor de bescherming van immaterieel cultureel erfgoed of de ‘Convention for the Safeguarding of the Intangible Cultural Heritage’ is een internationale conventie van de UNESCO die dateert uit 2003, en die in 2006 door België geratificeerd werd. Zij heeft tot doel om ‘levend erfgoed’, zoals tradities, die vanuit internationaal oogpunt gezien belangrijk zijn, te bewaren. Immaterieel erfgoed omvat sociale gewoonten, voorstellingen, rituelen, tradities, uitdrukkingen, bijzondere kennis of vaardigheden die gemeenschappen en groepen (en soms zelfs individuen) erkennen als een vorm van cultureel erfgoed. Een bijzonder kenmerk is dat het wordt overgedragen van generatie op generatie en belangrijk is voor een gemeenschappelijke identiteit. De eerste stap is het opstellen van een Nationale Inventaris. Op basis van deze inventaris kan ons land nominaties voordragen voor de internationale Representatieve Lijst. Over opname op die lijst beslist een intergouvernementeel Comité van UNESCO-lidstaten.

Sinds 2009 zijn de Fiertelommegang en de Bommelsfeesten van Ronse erkend als Vlaams immaterieel cultureel erfgoed. Die erkenning werd onder impuls van het College van Burgemeester en Schepenen aangevraagd naar aanleiding van de 1150e verjaardag van de aankomst van de relieken van Sint Hermes in Ronse. Reeds in 2011 werd een doorstroming naar het UNESCO-niveau voorbereid, maar door de verandering van de erkennisprocedure in dat jaar kon het dossier toen niet worden afgerond.

Waarom de Fiertelommegang?

In zijn meer dan 900-jarig bestaan is de Fiertel uitgegroeid tot dé identiteitsvormende factor van Ronse en de Ronsenaars. Het is een bindmiddel tussen de inwoners van de stad en hen die sinds jaren uitgeweken zijn.

De ommegang gaat jaarlijks door op Drievuldigheidszondag (een wisselende feestdag in mei of juni), is 32,6 km lang en loopt langs de grenzen van de stad.

Drievuldigheidszondag begint met een Fiertelmis om 7 uur ’s morgens. Daarna volgt op de trappen van de kerk een eeuwenoud ritueel. De burgemeester van Ronse vraagt aan de deken de toelating om het schrijn rond de stad te mogen dragen, met de verbintenis om het behouden terug te brengen. Dit verwijst naar de tijd dat Ronse uit twee onafhankelijke entiteiten bestond: het kapitteldomein of de Vrijheid en de Stad zelf. Opdat het schrijn het grondgebied van de Vrijheid zou mogen verlaten, diende het stadsbestuur daartoe de toelating van het kapittel te bekomen.

Eens deze toelating gegeven is, omstreeks 8 uur, begint de ommegang. Het schrijn uit 1584 wordt gedragen door vier Fierteldragers, voorafgegaan door een belleman. De tragere processiepas die in het stadscentrum aangehouden wordt, verandert al snel in een strak marstempo, dat tot bij de terugkeer aangehouden wordt.

Het parcours loopt voor drievierde over aloude (voor?-)Romeinse wegen ten westen, noorden en oosten van de stad, die mettertijd de grens van de stad zijn gaan vormen. De Fiertel betreedt ook het grondgebied van verschillende gemeenten in Henegouwen. Bepaalde stukken die van oudsher door de ommegang afgelegd werden, lopen nu over privaat domein doorheen velden en weiden, maar ze blijven wel behouden, en dit steeds in overeenkomst met de eigenaar van het moment.

De ommegang gaat voorbij talrijke voorchristelijke of heidense plaatsen waar vroeger een galg, een grafheuvel of bijzondere boom stond, Hij houdt ook korte tijd halt bij diverse kapellen en veldkapelletjes die mettertijd langs de weg gebouwd werden.

Een aantal voorvallen die zich in de loop der tijden voordeden, worden herdacht. Een overval op het schrijn in 1724 wordt geëvoceerd bij het betreden van het Muziekbos: de belleman stopt met de kadans, dragers (met schrijn) en deelnemers zetten het over een afstand van 100 meter op een lopen. De bescherming van het schrijn door ruiters die het toen begeleidden, verklaart nog steeds de prominente plaats die groepen ruiters in de ommegang innemen.

Op de grens van Ronse (Oost-Vlaanderen) en Wattripont (Henegouwen) overhandigt de burgemeester van Ronse een peperkoek (vroeger een kostbare kruidenkoek of ‘crukoecke’) aan de nazaat van de heer van Wattripont, nu de prins de Bethune-Hesdigneul. Dit feodale gegeven heeft alle regimes getrotseerd, en is wellicht gebaseerd op de bescherming die de plaatselijke heer vanaf het begin aan de Fiertel bood, zodat deze veilig kon doorgaan.

Kort na het middagmaal, dat in Russeignies (Henegouwen) genomen wordt, betreedt de ommegang de binnenkoer van het Sint-Hermeshof, dat sedert de 15e eeuw aan het kapittel van Ronse toebehoorde, en waar de deelnemers tot aan de Franse Revolutie konden eten en drinken. Sindsdien is deze imposante boerderij privé-eigendom.

De talrijke deelnemers, en dat kunnen er gemakkelijk vijf- à zesduizend zijn, krijgen tijdens de ommegang de mooiste plekjes en de meest adembenemende panoramische zichten van de Vlaamse Ardennen en de Région des Collines te zien.

Omstreeks 17 uur wordt het schrijn feestelijk in het centrum van Ronse ingehaald door de geestelijke en wereldlijke overheden, de gilden met o.m. de Sint-Hermesgilde en ‘trommelfluitje’, een levend tafereel van Hermes en de duivel, dit alles voorafgegaan door een historische stoet die leven en marteldood van Sint-Hermes, en de geschiedenis van Ronse uitbeeldt. Een korte kerkdienst in de Sint-Hermeskerk sluit de Fiertelommegang af.

Een lang, maar boeiend traject…

In 2016 besliste het Stadsbestuur van Ronse om het dossier voor een UNESCO-erkenning nieuw leven in te blazen, en werden een taskforce (met vertegenwoordigers van de organiserende comité’s) en een inhoudelijke werkgroep (met wetenschappelijke en inhoudelijke achtergrond) opgericht. In een eerste fase was het vooral de werkgroep die regelmatig bijeenkwam om een visie op lange termijn uit te werken. Dat leidde tot een zoektocht naar nog ontbrekende historische bronnen. Hernieuwde contacten met de Vlaamse expertisecentra Leca (vroeger Volkskunde Vlaanderen) in Gent en Tapis Plein in Brugge brachten de doorstart van het dossier onder de aandacht.

Intussen werd een aktieplan opgesteld voor 2017 en 2018, dat indien nodig nog verder uitgewerkt en aangevuld kan worden:

- 14 mei 2017: alternatieve Fiertelroute via een gecombineerde wandel- en bustocht voor de taskforce en hun leden;

- tweede helft juni 2017: SWOT-analyse onder toezicht van LECA met de leden van de taskforce;

- najaar 2017: voortbouwen op de SWOT analyse i.s.m. Fiertelcomité, Fierteldragers, de Sint-Hermesgilde;

 - 24, 25 en 26 mei 2018: internationaal congres met onmiddellijke aansluiting op de Fiertel van 27 mei. Het doel van dit wetenschappelijk congres is het op gang brengen van de internationale clustering die cruciaal is voor de UNESCO-erkenning. Via het congres gaan we op zoek naar haalbare thema’s om  de Fiertel internationaal te kaderen en naar potentiële internationale partners om mee samen te werken. Het College van Burgemeester en Schepenen gaf groen licht voor dit congres;

- najaar 2018: workshop met Vlaamse partners en lokale gemeenschap waarop de belangrijkste bevindingen van het congres besproken worden.

De Stad Ronse wil benadrukken dat zij – zoals uit de bovenstaande strakke timing blijkt – ten volle voor dit UNESCO-dossier blijft gaan. Het aftasten en afbakenen van het terrein, en het voorbereiden van de methodiek en de verdere concrete stappen, gebeuren door een hele reeks betrokkenen die daarvoor vrijwillig het beste van zichzelf geven. Dat is niet altijd zichtbaar op het publieke forum, maar het enthousiasme en de motivatie van deze mensen zijn er niet minder om.